Eenzame kerst

‘Kunt u niet een hobby zoeken, wat doet u zoal graag?’ Meneer Woudstra krabbelt op zijn hoofd, ‘goeie vraag.’ ‘Als u iets doet wat u plezier geeft, komt er een gevoel van nuttigheid naar boven. U verricht een handeling wat u een zekere mate van voldoening geeft.’ Kooiker kijkt hem afwachtend aan, ‘u kunt bijvoorbeeld denken aan wandelen of lezen.’ ‘Ik bekijk vogels.’ ‘Kijk, daar komen we ergens,’ de psycholoog gaat er eens goed voor zitten, ‘en dan gewapend met camera en lens de natuur in waar een bijzondere vogel wordt verwacht?’ ‘Nee hoor, gewoon in mijn eigen tuin.’ ‘Ah, dat kan natuurlijk ook. Heeft u een grote tuin?’ ‘Niet per se, vogels hebben niet veel ruimte nodig, die zitten in een boom na een lange vlucht. Soms zitten ze in de berk te bekvechten, zoals wij mensen doen. Dan denk ik: blij dat ik alleen woon, stel je voor dat ik zo’n snavel in huis zou hebben.’ Kooiker glimlacht en slaat zijn armen over elkaar. ‘Nou, beste meneer Woudstra, een partner brengt ook veel gezelligheid met zich mee. Net sprak u nog over uw eenzaamheid. Alleen zijn valt soms niet mee, toch?’ ‘Je kunt anders knap alleen zijn als je samen bent hoor. Ik heb mij vaak eenzaam gevoeld in mijn huwelijk, het besef dat ik de enige was die naar mijn stem luisterde, gaf de doorslag voor mijn scheiding. U heeft wel gelijk hoor, ik zou een liefhebberij moeten bedenken, die vogels vliegen ook weer uit. Het is niet zo dat ik de hele dag een gezellige conversatie met die diertjes heb.’ ‘Ik denk dat u daar goed aan doet. Het hoeft niet zo ingewikkeld te zijn, koopt u eens een goed boek of een mooi stuk muziek doet ook wonderen. Zolang het u maar helpt om aan het einde van de tunnel dat lichtje te zien.’Meneer Woudstra pakt zijn zakdoek en snuit zijn neus, ‘mensen hebben geen idee hoe ellendig de kerstdagen kunnen zijn. Ik zie ze zitten aan lange tafels als ik mijn straat uitloop. Ik heb geen zelfmedelijden, dat moet u goed begrijpen maar ik vind het een nare toestand. Die hele kerstmis is een eetfestijn geworden, mensen weten nauwelijks wat we vieren als ze hun glas aan de lippen zetten.’ ‘Misschien kunt u een lekkere maaltijd voor uzelf bereiden en televisie kijken, vaak zijn er geschikte programma’s zoals een kerstgala of een terugblik op het afgelopen jaar.’‘Daar word ik niet vrolijk van, het was een rampjaar.’ ‘Daar heeft u volstrekt gelijk in, maar dat lichtpuntje moet toch wel ergens te vinden zijn?’ ‘Misschien voor anderen, maar niet voor mij. Als nou maar eenmaal die kerstdagen voorbij zijn dan gaat het wel weer. Ik zal eens kijken wat mijn buurvrouw doet, die is ook alleenstaand.’ ‘Dat zou mooi zijn, als u ergens zou kunnen aanschuiven maar om aan het grote geheel te werken, het eenzaamheidsgevoel, zou ik als ik u was ook een liefhebberij zoeken. Wat vindt u nog meer fijn, behalve vogels observeren?’ ‘Schieten.’‘Schieten? Met een geweer?’‘Met een luchtbuks, op flesjes in het bos.’ ‘Maar dat is verboden meneer Woudstra, naar mijn weten mag u alleen op eigen terrein schieten.’ ‘Moet ik mij aan de regels houden terwijl anderen die overtreden? Wat denkt u van het afsteken van illegaal vuurwerk, inbreken tijdens de feestdagen, dronken achter het stuur kruipen na het diner, op wild jagen en het aan je gasten serveren? En ik zou niet met mijn 4,5 mm kogeltjes een paar halzen van wat flesjes mogen schieten? U vraagt mij waar ik blij van word, nou, dit geeft mij voldoening; de scherven op de aarde zien vallen. Bovendien ben ik niemand tot last, het glas ruim ik op en gooi ik in de glasbak. Dus nee meneer Kooiker, dit laat ik mij niet afpakken.’De psycholoog schudt bevestigend zijn hoofd. ‘We leven in een vrij land met regels en vrijheden, voor sommigen een reden om ze niet te respecteren maar u heeft gelijk hoor, als dit is wat u een gelukzalig gevoel geeft, wie ben ik dan om met mijn vinger te wijzen?’‘Gelukzalig is te sterk uitgedrukt maar het haalt mij even uit mijn dagelijkse routine en ik vind het niet onaardig om met mijn luchtbuks over straat te lopen. Mensen gaan toch voor je opzij, ik zie de blik in hun ogen. Tegenwoordig zijn ze al snel bang voor een terroristische aanval.’ Kooiker draait wat op zijn stoel, ‘toch keur ik dit gedrag ten zeerste af meneer Woudstra, andere mensen angst aanjagen kan toch geen voldoening geven?’ ‘Niet per se, maar het is fijn om even de regie in handen te hebben. Ik heb het idee dat ik steeds minder te zeggen heb over mijn eigen leven. Ik kan op mijn vingers worden getikt door een woordkeuze die kwetsend zou zijn voor anderen, mijn angst voor oorlog is niet geheel ongegrond maar toch wordt je al gauw gezien als labiele geest terwijl de Russen voor de deur staan, het Midden-Oosten ontspoort en in ons eigen land staan we lijnrecht tegenover elkaar. Kijk, dan is het heel ontspannend om even uit die rechtlijnigheid te stappen. Het biedt me zekerheid en ik moet toegeven, een zekere macht. Het doet iets met je om zo’n wapen in handen te hebben, trouwens ik heb slechts een luchtbuks. Het is heerlijk om even te veinzen dat je het allemaal onder controle hebt. Het helpt mij meneer Kooiker, het geeft mij het gevoel te kunnen beslissen over mijn eigen leven. Dan loop ik een rondje en springen jongeren voor me opzij.’‘Dus het geeft u een veilig gevoel?’ ‘Ook ja, het gaat verder dan de scherven die ik opraap. Het is een helend proces, ik doe er weer even toe. Ik hoor erbij, mensen zien mij, steken hun hand op.’ Kooiker draait aan zijn trouwring, ‘het is een gevaarlijke ontwikkeling meneer Woudstra. Wat nu als mensen zich bedreigd voelen en zelf een wapen trekken?’Dan hebben we oorlog. Kijk om ons heen. Al die landen zijn bang om overgenomen te worden, niemand wil dat, ook de mensen uit de wijk niet.’ ‘Maar geeft u eens antwoord op mijn vraag, wat doet u in een bedreigende situatie?’ ‘Dan haal ik deze erbij’, meneer Woudstra graait in zijn broekzak en haalt er een witte zakdoek uit, ‘die heb ik altijd op zak, elke dag een schone. Dan zwaai ik en roep ik: in dit huis heerst vrede, ik kom als vriend, niet als vijand.’ Kooiker staat op, meneer Woudstra pakt zijn jas. ‘Dan hoop ik maar dat ze dezelfde taal spreken als u.’ ‘Jawel hoor en anders roep ik: peace.’ Kooiker schudt de hand van zijn client, ‘past u op meneer Woudstra, niet iedereen spreekt Engels, ik wil u gezond en wel weer terug zien in het nieuwe jaar. ’ ‘Zo niet, is het mijn tijd, ook daar heb ik vrede mee.’ ‘Dan is dit inzicht misschien wel het lichtpuntje aan het einde van de tunnel. Acceptatie is het einde van een lijdend proces.’ ‘Wie weet is het daar vrede.’ ‘Dat zou een Godswonder zijn.’ ‘Weet u wat?,’ meneer Woudstra haalt zijn zakdoek tevoorschijn en vouwt hem op, ‘deze is voor u. U heeft hem harder nodig dan ik. Het was toch op Eerste kerstdag dat u uw vrouw vond?’ De psycholoog pakt de zakdoek aan. ‘Dat u dat nog weet. Op de keukenvloer voor de oven, ik zal nooit meer gevogelte eten.’ ‘Goedemiddag meneer Kooiker.’‘Tot ziens meneer Woudstra.’ Kooiker sluit de deur en veegt met de zakdoek over de ingelijste foto van zijn vrouw. ‘Kijk eens Hilda, je wordt niet vergeten. Ik hoop dat ze lekker eten serveren daarboven, zolang het maar geen gevulde kalkoen is.’ Hij veegt zijn neus af met de zakdoek en kijkt naar buiten. Hij zwaait ermee naar meneer Woudstra die op de bus staat te wachten, Woudstra steekt zijn hand op, lichtjes springen aan, de bus stopt, de radio speelt jingle bells, en het gordijn sluit.

Foto door Tim Mossholder op Pexels.com