De held

Haar moeder maakt een spirituele reis door Afrika, in meditatie bezoekt ze plekken die haar tot rust manen en voor Elvis onzichtbaar blijven. Ze bewandelt zandduinen in woestijnen en trekt met een rugzak door wildernissen. Soms heeft ze pech en achtervolgt een luipaard haar spoor op de dagen van onrust, als de slaap de geest van teloorgang ontmoet en haar reactie vertraging oploopt.
Vroeger begreep ze haar moeders tocht niet, de gang naar de schaduw, de boom na een wandeling op de hei. Het irriteerde, het matje onder de arm, de weg naar stilte bracht haar uit evenwicht waar haar moeder de balans vond. Het ondermijnde Elvis’ behoefte aan vrijheid, het voldeed niet aan het beeld dat bij een heldin hoorde. Ze wilde geen moeder die rust als doel had.
Het verlangen naar een vrijheidsstrijder groeide, ze wilde een vrouw met opgestroopte mouwen die voorop liep bij een demonstratie en leuzen riep die aanstootgevend waren. ‘Fuck de elite’, ‘Fuck de overheid’, ‘Dood woningnood’. Haar moeder heeft nooit in een opruiende menigte gelopen maar moedigt Elvis aan het wél te doen, misschien wil ze van haar leven leren, de verloren stappen zetten met haar dochters schoenen.
‘Laat je niet ontmoedigen Elvis. Denk nooit: ‘ik word toch niet gehoord.’ Ook jouw stem is van belang zelfs als de echo uitblijft.’
Elvis is milder geworden en leert haar moeder niet te veroordelen omdat zij haar een heldenrol toebedeelt.
Je wordt als held geboren of gaat ten onder als loser. Haar vader bepaalde haar lot bij de geboorte door de naam te geven van een legende. Ze moet het waarmaken, de onvolprezen heldenrol op zich nemen en hem met eer uitdragen. Het is een taak die ze moet uitvoeren. De naam past bij haar. Door de glans waarin de letters van haar naam zijn gedoopt, leert ze hoe ze hem moet uitspreken. Met een sprongetje in het midden ‘El…vis’, om de diepte van de betekenis aan te geven. Sommigen noemen haar arrogant, niet iedereen begrijpt dat glamour nu eenmaal bij haar naam hoort. Soms treedt ze op door een entree te maken. Dan komt ze op hoge hakken in een leren broek, in een strak truitje onder een kort leren jasje met parelmoeren pailletten en een zwarte baret, met bovenop een puntje dat naar de zon wijst.
Dan geniet ze van de aandacht, haar naam wordt geroepen, de glinstering van haar persoonlijkheid weerkaatst in de ringen om haar vingers. Op die momenten weet ze wat het is om een held te zijn, geliefd te worden, omringd door vrienden die je willen voelen, je nek willen ruiken, je adem willen zijn. Ze doet het niet vaak, zich overdreven uitdossen en transformeren tot de held die zij niet is. Hooguit drie keer per jaar trekt ze haar glamouroutfit uit de kast. Ze moet zich namelijk goed voelen, sterk en vast, zoals een steen in cement, ze moet zichzelf mooi vinden, woest aantrekkelijk en onvervangbaar, uniek en legendarisch.
Meestal voelt ze zich niet zo zeker, dan kruipt er weer een puistje uit zijn hol, of zit haar haar als een kersttak in juli, haar geest maakt idiote sprongen in haar hoofd, of haar lijf rijpt tijdens een nacht van klam zweet. Ze begrijpt haar moeder wel. Het is heerlijk om op een matje in Afrika te zitten, geluiden te horen in een land waar je niet woont, je geest tot rust te roepen en te ontglippen aan de dag waar je tegenop zag. De dag van een toets of een uitgesteld essay, een zware onvoldoende omdat ze niet geleerd had en naar buiten staarde naar een konijn dat telkens terug keek op de avond van haar eerste blowtje, na de gebroken belofte met haar vader die haar zo graag ooit zelf wilde meenemen in de wereld van ‘de geest die naar de disco gaat en op exploderen staat.’ En als het moment daar is, en haar vader merkt dat ze stoned en zonder hem het spul heeft gerookt, dan neemt de held een sprint. Vlucht ze haar schulp in, draait ze de deur op slot, verduistert ze de ramen met een enkel kaarsje aan. Ook helden op de vlucht zijn bang in het donker.

‘Zat je weer op een Savannevlakte in Botswana?’
Haar moeder rolt haar handdoek op.
‘Nee, ik zat gewoon thuis. Met mijn ogen dicht dacht ik aan jou, wat eigenlijk geen mediteren is want dat is leegte, maar jouw energie vult de ruimte.
‘Had dat dan gezegd, dan was ik naar mijn kamer gegaan.’
‘Ik wil juist niet dat je voor mij op de vlucht slaat, bovendien had ik ook naar mijn eigen kamer kunnen vertrekken. Ik vond het juist fijn om jou te ervaren in stilte. Je hebt zo’n sterke aanwezigheid, ik word helemaal opgenomen in jouw krachtveld.’
Ze begrijpt niet zo goed wat haar moeder bedoelt, maar ze gelooft wel dat mensen energie uitstralen. Dat kent ze van haar vrienden, bij de een valt ze in slaap en bij de ander kan ze een marathon lopen. Dat zijn de fijnste mensen. Het lijkt haar niets om met iemand te zijn waarmee je de helft van je leven in slaap doorbrengt.
Haar moeder doet het goed. Ze heeft energie en probeert het, zoals ze zelf zegt, te kanaliseren. Tegenwoordig noemen ze dit ADHD, maar op de manier zoals zij het brengt belanden we op een poëtische wolk. Alsof het voorbij zweeft, zij het pakt, naar haar matje versleept en het weer wegwuift, zo de kosmos in om de energie weer neer te laten dalen op iemand die het kan gebruiken. Zo heeft ze dit altijd verteld en Elvis geloofde haar.
Ze gelooft haar nog steeds.
Haar moeder maakt de wereld mooier door dingen te verbloemen, verzacht de dag die zij misschien als hard ervaart. Ze gaat op een mat zitten en blaast het weg, Elvis loopt over de rode loper en neemt de energie die haar moeder te veel is, over.
Zo blijven ze in balans, in rust worden de mooiste dingen geschapen. Haar moeder hoeft haar mouwen niet op te stropen om een held te lijken, ze is er een. Ze is een fee die wegblaast, weg zweeft en altijd weer terugkomt, op een mat, in de kamer, op de hei onder een boom.

Foto door Alex Haraus op Pexels.com